SPOED

Degoes

degoe

 

 

Algemene informatie en geschiedenis

De degoe is een knaagdier en komt oorspronkelijk uit het Andesgebergte in Chili, Zuid Amerika. De Latijnse naam van een degoe is Octodon degus. Octodon komt van acht, omdat het oppervlak van hun kiezen lijkt op een “8”. Hoewel ze qua uiterlijk misschien iets van een eekhoorn weg hebben, zijn ze verwant aan de cavia. In het begin werden degoes in dierentuinen gehouden. Later met name in laboratoria voor medisch onderzoek, omdat ze erg gevoelig voor suikerziekte zijn. Inmiddels zijn ze ook ontdekt als huisdier. De degoe gehouden als huisdier wordt gemiddeld 5 tot 8 jaar oud. Oorspronkelijk leven degoes in groepen, het zijn erg sociale diertjes.

Huisvesting

Degoes komen oorspronkelijk uit het Andesgebergte in Chili. Ze leven in de vrije natuur in grote groepen op de rotsen. Ze houden enorm van klauteren, klimmen en springen. Degoes hebben daarom ook een zeer ruim hok nodig!
U kunt zelf een hok bouwen, of er een kopen in een dierenwinkel. Denk er bij het bouwen van een hok aan dat het echte knaagdieren zijn en dat ze zich snel door hout heen kunnen knagen. U kunt kiezen tussen een glazen hok (bijvoorbeeld een aquarium) met een gazen dak, of voor een tralie hok. Het voordeel van en tralie hok is dat de ventilatie veel beter is. Daarnaast kunnen de degoes langs de tralies omhoog klimmen, waar ze veel plezier aan kunnen beleven. Het nadeel van een tralie hok is echter dat er gemakkelijk rommel in huis kan komen. Een groot hok is belangrijk, maar daarnaast is het mooi als het diertje ook elke dag een periode vrij kan rondlopen. Maar pas op voor snoeren, kabels en kwetsbare meubels waar aan geknaagd kan worden!
Het hok mag niet te warm staan en zeker niet in de directe zon. Ook mag het hok niet op de tocht staan. Als bodembedekking kan zaagsel worden gebruikt. Er zijn ook andere bodembedekkers te koop, zoals bijvoorbeeld samengeperste houtvezels; deze geven minder stof.
Omdat ze zo van klauteren houden, is het leuk om in het hok op meerdere niveaus zitplanken aan te brengen en dikke takken in het hok te plaatsen. Pas echter op dat ze zich niet kunnen bezeren! Degoes zullen verder veel plezier beleven aan een looprad, waar ze hun energie in kwijt kunnen. Het rad moet wel voldoende groot zijn voor een degoe.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld chinchilla’s, zijn degoes dag actieve dieren. Omdat ze zich in de natuur verstoppen tussen de rotsen als ze schrikken, is het aan te bevelen ook diverse schuilplaatsen te creëren in het hok. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een nestkastje waarin ze zich kunnen terugtrekken om uit te rusten.
Afhankelijk van de grootte van het hok en het aantal degoes, moet het hok zeker één maal per week helemaal schoongemaakt worden. Zorg voor goede hygiëne, dit kan veel problemen voorkomen.

Degoes zijn sociaal levende dieren; in de vrije natuur leven ze in grote groepen. Degoes moeten dan ook ten minste met zijn tweeën gehouden worden. Degoes die elkaar niet kennen, kunnen niet zonder meer bij elkaar worden gezet. Ze moeten de gelegenheid krijgen langzaam aan elkaar te wennen en dan nog is succes niet altijd verzekerd. In het algemeen gaan twee vrouwtjes of een vrouwtje en een mannetje goed, maar twee volwassen geslachtsrijpe mannetjes kan nog wel eens leiden tot vechten.

Degoes baden ook graag in zand, hiervoor kan het best chinchilla badzand worden gebruikt. Dit is verkrijgbaar in de dierenspeciaalzaak. Het zand moet in een dikke laag van ca. 2 a 3 cm in een bak of pot worden aangeboden, groot genoeg voor de degoe om er zich in te kunnen ronddraaien. Het zand moet schoongehouden worden door het dagelijks te zeven en het minstens een maal per week volledig te verversen.

Voeding

Degoes komen oorspronkelijk uit een zeer schraal gebied en moeten in de natuur heel wat inspanning leveren voor het bemachtigen van hun dagelijks voer. Het voedsel van de degoe moet dus karig zijn, arm aan vetten en zeer rijk aan ruwe celstoffen. Voedsel met te veel vetten en koolhydraten kan leiden tot verstoring van de darmbacteriën en zo diarree veroorzaken. Verder is de degoe erg gevoelig voor suikerziekte. Een degoe mag daarom zeker niet te veel suikers krijgen!! Daarnaast is het voor het gebit erg belangrijk dat ze veel kauwen en zo hun tanden slijten. Het hoofdvoedsel van de degoe behoort daarom uit hooi te bestaan!
Hooi kan worden aangevuld met een kleine hoeveelheid droogvoer, maximaal 1 a 2 theelepels per dag. Dit kan bestaan uit gemengd voer of pellets, waarbij pellets duidelijk de voorkeur genieten, omdat hiermee selectief eten voorkomen kan worden. Zo krijgt de degoe alles binnen wat hij nodig heeft in de juiste verhouding. Er zijn speciale degoe pellets verkrijgbaar, maar deze zijn niet altijd makkelijk te verkrijgen. Als alternatief kunnen cavia en/of chinchilla pellets gegeven worden, of een mengsel hiervan (bijvoorbeeld 1:1).
Omdat degoes gevoelig zijn voor suikerziekte, mogen ze niet te veel suikers en niet te veel vetten krijgen. Geef ze daarom geen gedroogd fruit of rozijnen (deze bevatten veel suiker). Ze mogen in zeer kleine hoeveelheden een heel klein stukje appel hebben of wat verse groente (paprika, wortel). Ook andere ‘snoepjes” zoals zonnebloempitten mogen echt maar in zeer beperkte mate gegeven worden. Schoon vers drinkwater moet altijd beschikbaar zijn.
Als u net een degoe heeft aangeschaft, moet de degoe nog een tijdje het oude voer eten wat u langzamerhand kunt gaan mengen met het voer dat u wilt gaan geven. Zo kunnen de darmen van het dier geleidelijk aan het nieuwe voer wennen. Daarnaast is het belangrijk dat er voldoende mogelijkheden om te knagen zijn! Geschikt hiervoor zijn bijvoorbeeld bepaalde houtsoorten. Geschikte houtsoorten zijn: o.a. fruitbomen, wilgen en kiem- of wortelhout (terrarium afdeling van dierenspeciaalzaak). Vermijd giftige bomen!

Gedrag en voortplanting

Degoes vertonen nog veel van hun gedrag uit de vrije natuur. Het zijn erg sociale en nieuwsgierige diertjes. In de natuur leven ze in grote groepen. Degoes die alleen worden gehouden, zullen dan ook gedragsproblemen ontwikkelen. Schaf altijd ten minste twee degoes aan. In tegenstelling tot bijvoorbeeld chinchilla’s zijn degoes dag actieve dieren. Ze zijn enorm bewegelijk en houden erg van klimmen, klauteren graven en rennen.
Degoes besteden ook veel aandacht aan het bouwen van een nest. In de natuur verzamelen allerlei materialen zoals takjes en twijgjes om hier enorme hopen van te bouwen. Bied de degoe ook in zijn kooi nestmateriaal aan, zoals bijvoorbeeld toiletpapier, zakdoekjes, toiletrolletjes, en takjes. Ze zullen dit dankbaar naar hun nest slepen.
Als verdediging tegen vijanden kan de degoe zijn staart loslaten. In een groot aantal gevallen zal de staart hierna ook niet meer aangroeien. Trek een degoe dus nooit aan zijn staart en pak hem dus ook nooit aan zijn staart vast!
Degoes worden gemiddeld geslachtsrijp op ongeveer 3 maanden, maar dit kan ook al eerder gebeuren. (Het is aan te raden om nakomelingen te voorkomen de vrouwtjes al op 5 a 6 weken van de mannetjes te scheiden). Op deze leeftijd zijn echter nog niet voldoende ontwikkeld om een nestje te krijgen, dit kan vanaf ca 5 maanden. Ze dragen ongeveer 90 dagen en gemiddeld werpen ze 5 jongen (3 tot 10).
In tegenstelling tot sommige andere knaagdieren kunnen de mannetjes ook na de geboorte bij het vrouwtje met de jongen blijven, en zullen dan meehelpen met het grootbrengen van de kleintjes. Meteen na de bevalling zijn de vrouwtjes echter al weer vruchtbaar en kunnen weer drachtig worden.
Het is mogelijk bij Dierenkliniek de Wetering om mannetjes te laten castreren om nakomelingen te voorkomen.

Hanteren van een degoe

Als een degoe van jongs af aan in de hand genomen wordt, kunnen ze makkelijk aan mensen wennen en tam worden. De meeste degoes zijn dan ook gemakkelijk op te pakken en bijten niet. Handtamme degoes komen graag uit hun kooi. Ze zijn dan het makkelijkst op te pakken door ze op twee vlakke handen te laten stappen (met 2 handen ‘opscheppen’).
Benader ze nooit plots van boven, hiervan kunnen ze erg schrikken. De grootste natuurlijke vijand van de degoe is namelijk de roofvogel die de degoe van bovenaf aanvalt.
Pak een degoe nooit bij de staart! Een degoe kan uit verdediging zijn staart loslaten, in een groot aantal gevallen groeit deze niet meer aan.

Gezondheid

Het is erg belangrijk om de gezondheid van uw degoe in de gaten te houden. De beste manier om dit te doen is observatie. U kunt zien of het dier goed eet of drinkt. Dit is een goede indicatie voor zijn gezondheid. Ook is het verstandig uw degoe eens per 4 weken te wegen. Zo kunt u in de gaten houden of hij te veel afvalt of aankomt. Een gemiddelde degoe weegt ca 170 tot 300 gram. Een degoe die niet eet of poept is een spoedgeval! Neem zo snel mogelijk contact op met uw praktijk!
Let verder op de volgende dingen, hoe ziet de vacht eruit, heeft de degoe jeuk of rode plekken? Schonen neus, schone ogen? Vieze oren? Houd ook het hok goed in de gaten: is er wel ontlasting aanwezig? Zit er ontlasting aan zijn achterste geplakt? Is het hok niet te nat?
Degoes zijn erg gevoelig voor suikerziekte (diabetes mellitus). Suikerziekte bij de degoe is helaas niet te behandelen, maar vaak wel te voorkomen. Het is erg belangrijk degoes de juiste voeding te geven en niet te veel suikers en vetten! Degoes met suikerziekte zullen meer gaan drinken en meer gaan plassen en op den duur ook vermageren. Ook krijgen ze vaak staar (witte oogjes). Degoes met suikerziekte zullen niet oud worden. Staar (witte oogjes) komt overigens ook voor bij degoes op leeftijd zonder dat ze suikerziekte hebben, ten gevolge van ouderdom.