SPOED

Chinchilla’s

chinchilla

Algemene informatie en geschiedenis

Chinchilla’s zijn knaagdieren. Ze komen oorspronkelijk uit Zuid Amerika: uit het Andes gebergte. Lange tijd zijn ze voor hun bont gefokt. Gemiddeld worden chinchilla’s 10 à 15 jaar, maar er zijn verhalen bekend van chinchilla’s die de leeftijd van 22 jaar hebben bereikt.
Oorspronkelijk leven chinchilla’s in groepen, het is dan ook niet juist om een chinchilla alleen te houden. Ze kunnen worden gehuisvest in paartjes of in zogenaamde polygame groepen: meerdere vrouwtjes (2 tot 6) per mannetje. Vreemde chinchilla’s kunnen niet zonder meer bij elkaar worden gezet. Ze moeten de gelegenheid krijgen langzaam aan elkaar te wennen en dan nog is succes niet altijd verzekerd.

Huisvesting

Chinchilla’s komen oorspronkelijk uit het Andes gebergte in zuid Amerika, waar ze op grote hoogte (3000-5000 meter) in een rotsachtige schrale omgeving leven.
Ze houden enorm van klauteren en springen. Chinchilla’s hebben daarom ook een zeer ruim hok nodig! U kunt zelf een hok bouwen, of er een kopen in een dierenwinkel. Denk er bij het bouwen van een hok aan dat het echte knaagdieren zijn en dat ze zich snel door hout heen kunnen knagen. Het hok mag niet te warm staan (ideaal is ca. 18 graden) en zeker niet in de directe zon. Ook mag het hok niet op de tocht staan. Als bodembedekking kan zaagsel worden gebruikt, er zijn ook andere bodembedekkers te koop zoals bijvoorbeeld samengeperste houtvezels, deze geven minder stof.
Omdat ze zo van klauteren houden, is het noodzakelijk om in het hok op meerdere niveaus zitplanken aan te brengen en dikke takken in het hok te plaatsen. Pas echter op dat ze zich niet kunnen bezeren. Chinchilla’s zijn nachtdieren, ’s avonds en gedurende nacht zijn ze actief, maar overdag rusten ze. Ze moeten de gelegenheid krijgen om overdag te slapen. Het is fijn voor ze om een slaaphokje te hebben, waar ze zich rustig kunnen terug trekken. Omdat ze zich in de natuur verstoppen tussen de rotsen als ze schrikken, is het aan te bevelen ook diverse schuilplaatsen te creëren in het hok. Afhankelijk van de grootte van het hok en het aantal chinchilla’s, moet het hok zeker een maal per week helemaal schoongemaakt worden. Zorg voor goede hygiëne, dit kan veel problemen voorkomen. Een groot hok is belangrijk, maar daarnaast is het mooi als het diertje ook elke dag een periode vrij kan rondlopen. Maar pas op voor snoeren, kabels en kwetsbare meubels waar aan geknaagd kan worden!

Stof baden
De chinchilla heeft een bijzondere vacht: deze is zacht en erg dicht: er groeien wel 60 haren uit een haarzakje! Deze vacht heeft een speciale verzorging nodig. De chinchilla moet dagelijks de beschikking hebben over een stofbad. Hiervoor kan commercieel chinchilla zand gebruikt worden. Strandzand of zandbakzand zijn hiervoor zeker niet geschikt! Het zand moet in een dikke laag van ca. 2 a 3 cm in een bak of pot worden aangeboden, groot genoeg voor de chinchilla om er zich in te kunnen ronddraaien.
Het zand moet schoongehouden worden door het te zeven (dagelijks) en het volledig te verversen (minstens een maal per week).

Voeding

Chinchilla’s komen oorspronkelijk uit een zeer schraal gebied en moesten heel wat inspanning leveren voor het bemachtigen van hun dagelijks voer. Het voedsel van de chinchilla moet dus karig zijn, arm aan vetten en zeer rijk aan ruwe celstoffen. Voedsel met te veel vetten en koolhydraten kan leiden tot verstoring van de darmbacteriën en zo diarree veroorzaken. Daarnaast is het voor het gebit erg belangrijk dat ze veel kauwen en zo hun tanden slijten, het hoofdvoedsel van de chinchilla behoort daarom uit hooi te bestaan!
Hooi kan worden aangevuld met een kleine hoeveelheid droogvoer: maximaal 1 à 2 theelepels per dag van commercieel chinchillavoer. Dit kan bestaan uit gemengd voer of pellets, waarbij pellets duidelijk de voorkeur genieten, omdat hiermee selectief eten voorkomen kan worden. Zo krijgt de chinchilla alles binnen wat hij nodig heeft in de juiste verhouding. Naast hooi en droogvoer mogen ze in zeer kleine hoeveelheden (liefst elke dag) een heel klein stukje appel hebben of wat verse groente (paprika, wortel). Andere ‘snoepjes” zoals bijvoorbeeld rozijntjes of zonnebloempitten mogen echt maar in zeer beperkte mate gegeven worden. Schoon vers drinkwater moet altijd beschikbaar zijn.
Als u net een chinchilla heeft aangeschaft, moet de chinchilla nog een tijdje het oude voer eten wat u langzamerhand kan gaan mengen met het voer dat u wilt gaan geven. Zo kunnen de darmen van het dier geleidelijk aan het nieuwe voer wennen.
Daarnaast is het belangrijk dat er voldoende mogelijkheden om te knagen zijn! Geschikt hiervoor zijn bepaalde houtsoorten. Geschikte houtsoorten zijn: o.a. fruitbomen, wilgen en kiem- of wortelhout, dit laatste is verkrijgbaar op de terrarium afdeling van dierenspeciaalzaak. Vermijd giftige bomen!

Gedrag en voortplanting

Chinchilla’s vertonen nog veel van hun gedrag uit de vrije natuur. Ze vinden het prettig in een groep te leven en bewegen zich graag. Ze hebben daarom ook veel ruimte nodig. In de natuur is de chinchilla vaak het slachtoffer van roofvogels, daarom kunnen ze ook schrikken als u ze plots van boven nadert. Vluchten is het verdedigingsmechanisme van een chinchilla. Daarnaast kunnen ze als ze bang zijn hun vacht loslaten, ook wel bekend als de zogenaamde ‘fur slip’. Het duurt ongeveer 6 tot 8 weken voor er weer haar verschijnt en soms wel maanden voor de plekken niet meer te onderscheiden zijn van de rest van de vacht.
Chinchilla’s worden gemiddeld geslachtsrijp op 8 maanden (tussen de 2 en de 12 maanden). Ze dragen ongeveer 111 dagen en gemiddeld werpen ze 2 jongen (1 tot 6). Meteen na de bevalling zijn ze al weer vruchtbaar en kunnen weer drachtig worden. Het is mogelijk om bij Dierenkliniek de Wetering mannetjes te laten castreren om nakomelingen te voorkomen.

Hanteren van een chinchilla

Als een chinchilla van jongs af aan in de hand genomen wordt, kunnen ze makkelijk aan mensen wennen en tam worden. De meeste chinchilla’s zijn dan ook gemakkelijk op te pakken en bijten niet. Handtamme chinchilla’s komen graag uit hun kooi. Ze zijn dan het makkelijkst op te pakken door ze op twee vlakke handen te laten stappen (met 2 handen ‘opscheppen’). Is het echt nodig een niet tamme chinchilla op te pakken, dan moet je doortastend optreden: een bange chinchilla laat namelijk zijn vacht los. Plaats een hand onder de buik of om het nekje en de andere hand ter hoogte van de staartbasis. Ze mogen nooit aan hun oren of staart worden opgepakt! Ook alleen in het nekvel pakken is niet de methode.

Gezondheid

Het is erg belangrijk om de gezondheid van uw chinchilla in de gaten te houden. De beste manier om dit te doen is observatie. U kunt zien of het dier goed eet of drinkt. Dit is een goede indicatie voor zijn gezondheid. Ook is het verstandig uw chinchilla eens per 4 weken te wegen. Zo kunt u in de gaten houden of hij te veel afvalt of aankomt. Het gemiddelde gewicht ligt ergens tussen de 400 en 600 gram. Vrouwtjes zijn in het algemeen groter dan mannetjes.
Een chinchilla die niet eet of poept, is een spoedgeval! Neem zo snel mogelijk contact op met uw praktijk! Verder is het verstandig om regelmatig de lengte van de snijtanden te controleren, omdat het doorgroeien hiervan tijdig op te kunnen merken.
Let verder op de volgende dingen: hoe ziet de vacht eruit, heeft de chinchilla jeuk of rode plekken? Schone neus, schone ogen? Vieze oren? Houd ook het hok goed in de gaten: is er wel ontlasting aanwezig? Zit er ontlasting aan zijn achterste geplakt? Is het hok niet te nat?

Bezoek aan de dierenarts

Het is raadzaam om bij bezoek aan de dierenarts het maatje van de zieke chinchilla ook mee te nemen naar de praktijk, en indien van toepassing eventueel zelfs de hele groep. Dit om twee redenen. Allereerst zijn chinchilla’s erg stress gevoelig en het gezelschap van soortgenoten kan dit mogelijk wat verminderen. Daarnaast is het zo dat chinchilla’s elkaar voornamelijk herkennen aan de hand van geur. Een chinchilla die na een bezoek aan de dierenarts anders ruikt, zal mogelijk niet meer worden herkend door hokgenoten; dit kan leiden tot vechten en eventueel zelfs tot uitstoting uit de groep.