SPOED

Cavia’s

cavia

Algemene informatie en geschiedenis

Cavia’s zijn knaagdieren en komen oorspronkelijk uit Zuid Amerika (Peru en Chili), waar ze nog steeds in het wild voorkomen. Hun leefgebieden bestaan uit rotsachtige gebieden, savannes en bosranden. Cavia’s zijn sociale diertjes, ze leven in het wild samen in groepen. In vroegere tijden werden ze al door de Inca’s gehouden voor voedsel en voor religieuze ceremonies. Ongeveer 400 jaar geleden zijn ze naar Europa gebracht, waar ze sindsdien met name als gezelschapsdier gehouden worden. Cavia’s worden gemiddeld 6 tot 8 jaar oud.

Zeugjes (vrouwtjes) wegen gemiddeld 700-900 gram en beertjes (mannetjes) gemiddeld 900-1200 gram. Er zijn diverse typen cavia’s met verschil in haarlengte, kruinen, kleur en aftekening.
Globaal kunnen de cavia’s ingedeeld worden in gladharig (met ’normaal’) haar en een aantal variëteiten met bijzondere haarstructuren: gekruinde cavia’s, borstelharige cavia’s (Abyssinian) en langharig cavia’s (Peruvian). Daarnaast kenen we ook nog andere variëteiten zoals sheltie, rex, satijn en tessel.
Het kunnen hele leuke, lieve, aanhankelijke diertjes zijn, waar zeker ook kinderen veel plezier aan kunnen beleven.

Huisvesting

Over het algemeen worden cavia’s in hokken gehuisvest. U kunt zelf een hok bouwen, maar er zijn ook goede hokken te koop in de dierenwinkel. Denk er bij het bouwen van hok aan dat het knaagdieren zijn en zich snel door hout heen kunnen knagen.
Cavia’s kunnen in de zomer ook buiten of op het balkon in een hok zitten. Of ze nu binnen of buiten zitten, ze mogen nooit op de tocht staan! Ook mogen ze nooit in direct zonlicht staan, in verband met oververhitting. De optimale temperatuur is tussen de 18 en 26 graden.
Cavia’s kunnen niet tegen koude, warmte of regen. In de winter moeten ze in een tocht- en vorstvrije schuur staan of binnenshuis worden gehouden.
Als bodembedekking kunt u kiezen voor zaagsel. I.p.v. zaagsel zijn er nog andere bodembedekkers te koop, bv samengeperste houtvezels; dit geeft minder stof.
Cavia’s zoeken graag beschutting, ook binnenshuis. Het is daarom fijn voor ze een slaaphokje te hebben waarin ze zich rustig terug kunnen trekken. Omdat ze zich in de natuur verstoppen als ze schrikken, is het aan te bevelen meerdere schuilplaatsen in het hok te creëren. Er zijn speciale huisjes te koop in de dierenwinkel, maar u kunt ook zelf een maken. Ook andere materialen kunnen als schuilplaats dienen, denk hierbij aan PVC buizen of kartonnen doosjes. Afhankelijk van de grootte van het hok en het aantal cavia’s in het hok, moet het hele hok toch zeker 1 keer per week verschoond worden. Zorg voor een goede hygiëne, dit kan veel problemen voorkomen.
Het hok moet ook voldoende groot zijn, een cavia is een beweeglijk diertje. Cavia’s springen en klimmen niet, dus een dak op het hok is niet noodzakelijk, tenzij ze buiten gehouden worden. In dat geval dient een dak ter bescherming tegen katten, vossen en honden.
Zorg voor een groot hok; als dit niet kan moet het dier een paar uur per dag vrij rond kunnen lopen (pas op voor snoeren en kabels!).

Voeding

cavia
Cavia’s ontwikkelen al op vroege leeftijd dieet voorkeuren. Later in hun leven kunnen ze veel moeite hebben met veranderingen van voedsel! Zelfs veranderen van merk kan dan leiden tot weigeren van voedsel. Het is daarom aan te raden om jonge cavia’s verschillende soorten voer en groenvoer aan te bieden zodat ze hier gewend aan kunnen raken. Het hoofdvoedsel van een cavia behoort hooi en vers groenvoer te zijn. Het dier moet elke dag onbeperkt hooi van goede kwaliteit krijgen. En elke dag verse groente. Als groenvoer kan gegeven worden o.a.: andijvie, broccoli, venkel, bleekselderij, selderieknol, witlof, veldsla, sla, andijvie, witlof, paardenbloemblad, wortel, wortelloof en gras. Een cavia mag ook fruit krijgen, maar slechts in kleine hoeveelheden, zoals bijvoorbeeld een klein stukje appel. Geef geen prei, uien, bieslook, bonen, erwten, maïs en kool, dit kan voor teveel gasvorming in de buik zorgen.
Hooi en groenvoer kunnen worden aangevuld met een kleine hoeveelheid droogvoer: maximaal 1 a 2 theelepels pelletvoer of gemengd voer voor cavia’s. Een jonge cavia (tot 6 maanden) mag eten wat hij wil.

Bij Dierenkliniek De Wetering is een pelletvoer verkrijgbaar dat precies is afgestemd op de behoeften van uw cavia. Deze pellets voorkomen selectief eten. Veel cavia’s eten alleen de lekkere dingen uit hun bakje, met dit pelletvoer kan dat niet meer.
Dit smakelijke voer heeft een hoog vezel gehalte wat de darmmobiliteit stimuleert, het bevordert slijtage van de tanden en kiezen en zorgt voor een gezonde spijsvertering. Het heeft een positief effect op de blinde darm, waar de zachte ontlasting worden geproduceerd die uw cavia op zal eten, welke veel vitamines bevat. Het voer heet Supreme Selective en is bij Dierenkliniek De Wetering te koop.

Als u net een cavia heeft aangeschaft, moet de cavia nog een tijdje het ‘oude’ voer eten, wat u langzamerhand kunt gaan mengen met het voer dat u wilt gaan geven. Zo kunnen de darmen van het dier aan het nieuwe voer wennen.
Cavia’s zijn, net als mensen, in tegenstelling tot veel andere dieren, niet in staat zelf vitamine C te maken. Het is dus erg belangrijk dat ze dagelijks voldoende vitamine C via hun voeding binnen krijgen! Alle verse groenten bevatten vitamine C, maar een aantal groenvoeders bevat zeer veel vitamine C, zoals bijvoorbeeld paprika en peterselie.
Vitamine C toegevoegd aan droogvoer is instabiel en maar zeer beperkt houdbaar. Dit is dus geen goede bron voor vitamine C! Ook wordt er wel vitamine C toegevoegd aan het drinkwater, maar op deze manier is de hoeveelheid die opgenomen wordt lastig te controleren. De meest betrouwbare methode om vitamine C te geven is door de cavia vitamine C tabletjes te geven (1 tabletje van 50 mg) of rozenbottelsiroop. Denk eraan dat bij stress, ziekte, dracht of lactatie de behoefte ook toeneemt (normale behoefte aan vitamine C: 10 mg/kg lichaamsgewicht, tijdens dracht 30 mg/ lichaamsgewicht).
Schoon en vers water moet altijd beschikbaar zijn! Daarnaast is het belangrijk dat er voldoende mogelijkheden om te knagen zijn! Geschikt hiervoor zijn bijvoorbeeld  bepaalde houtsoorten. Geschikte houtsoorten zijn: o.a. fruitbomen, wilgen en kiem- of wortelhout (terrarium afdeling van dierenspeciaalzaak). Vermijd giftige bomen!
Cavia’s hebben net als konijnen 2 verschillende soorten ontlasting. Naast de bekende harde keutels produceren ze ook kleine zachte keutels. Deze keutels eten ze weer op en dit gaat dan voor de 2e keer door het maagdarmstelsel. Plantencellen hebben een lastig verteerbare wand. In de dikke darm zorgen bacteriën voor de vertering, maar de voedingsstoffen en vitamines die zo ontstaan, kunnen daar niet meer opgenomen worden. Door deze voedingsrijke ontlasting op te eten, krijgt de cavia alsnog deze voedingsstoffen binnen.

Gedrag en voortplanting

caviaCavia’s zijn erg sociale dieren die graag bij elkaar zitten en ook fysiek contact zoeken. Ze hebben een scala aan geluidjes die ze maken van fluiten tot grommen. Welbekend is ook het gepiep van de cavia’s op het moment dat de koelkastdeur opengaat.
Voor de gezondheid van een vrouwtjes cavia is het niet nodig dat het een nestje krijgt. Cavia’s zijn geslachtsrijp op 2 a 3 maanden. Voor het vrouwtje is de optimale leeftijd om te fokken van 4 a 5 maanden tot 20 maanden.
Cavia’s hebben een cyclus die het hele jaar doorgaat. Een cyclus duurt 15 tot 17 dagen. De dracht duurt gemiddeld 68 dagen (59-72). De nestgrootte varieert van 1 tot 13 jongen, gemiddeld 2 tot 4. Hoewel het zeugje maar 2 tepels heeft, produceert ze genoeg melk voor meerdere jongen. Direct na de geboorte is het vrouwtje al weer vruchtbaar en het is daarom beter haar apart van het mannetje te zetten.
Bij de geboorte wijken de bekkenhelften van het zeugje uiteen, zodat de jongen kunnen passeren. Als het zeugje echter ouder wordt, verbeent deze verbinding en kan niet meer wijken, wat voor ernstige geboorteproblemen kan zorgen. Het zeugje moet dus voor 8 a 9 maanden haar eerste nestje hebben geworpen, zo niet, dan is het zeer onverstandig nog te gaan fokken. De jonge cavia’s worden nestvlieders genoemd, ze zijn volledig behaard en hebben open ogen. Hoewel ze vrij snel met knabbelen op hooi beginnen, krijgen ze nog ten minste 5 dagen melk van hun moeder; in het algemeen drinken ze 3 weken bij de moeder. Vanaf dag 21 kunnen de cavia’s gespeend worden.
Het is mogelijk bij Dierenkliniek De Wetering mannetjes te laten castreren (of vrouwtjes te laten steriliseren) om nakomelingen te voorkomen.

Hanteren van een cavia

In de natuur zijn cavia’s vaak het slachtoffer van roofvogels. Daarom zullen ze ook hard schrikken als u ze snel van boven af nadert. Ook is het zicht vlak voor de cavia beperkt, ivm de stand van de ogen. Houd hier rekening mee. Til een cavia op met een hand onder de borstkast, de andere hand moet dan ondersteunend onder de kont gehouden worden. Alleen in het nekvel pakken is niet de methode, zeker niet als ze wat zwaarder zijn.

Gezondheid

Het is erg belangrijk om de gezondheid van uw cavia in de gaten te houden. De beste manier om dit te doen, is observatie. U kunt zien of het dier goed eet/drinkt. Dit is een goede indicatie voor zijn gezondheid. Ook is het verstandig uw cavia’s elke week of elke 2 weken te wegen. Zo kunt u goed in de gaten houden of hij afvalt/te veel afvalt of aankomt. Een cavia die niet eet of poept is een spoedgeval, neem dan contact op met uw dierenarts.
Let verder op de volgende dingen: heeft de cavia jeuk, of rode plekken? Schone neus en ogen? Vieze oren? Hou ook goed het hok in de gaten: is er wel ontlasting aanwezig? Zit er ontlasting aan zijn kont geplakt? Is het hok niet te nat (is het niet de fles die lekt)? Zoals eerder genoemd, is voldoende verstrekken van vitamine C aan cavia’s erg belangrijk! Symptomen van vitamine C gebrek kunnen al na één week tekort ontstaan: vermageren, gezwollen gewrichten, diarree, rode urine, bloedingen op de slijmvliezen. Neem in dat geval contact op met uw dierenarts.