SPOED

Algemene informatie

 

bogey

 

Hier komen onderwerpen aan bod die belangrijk zijn voor een goede verzorging en gezondheid van uw hond.

Chippen

Chippen

Dit is de meest recente manier van identificatie bij huisdieren. Een zeer efficiënte manier omdat het onmiskenbaar is. Dieren met een chip kunnen gemakkelijk met hun baas herenigd worden als deze gevonden worden.
Een chip is een transponder ter grote van een kleine rijstkorrel. Deze transponder bevat een uniek nummer. De chip wordt onder de huid op de linker halsvlakte ingebracht, dit gaat over het algemeen vrij pijnloos. De dierenarts controleert voor het inbrengen en na het inbrengen of de chip goed werkt.
De stickers die bij de chip gevoegd zijn, plakken we in het entboekje en op het registratieformulier. De overige stickers mag u als reserve houden. Het registratieformulier moet compleet worden ingevuld. De gegevens van de eigenaar komen er op; naam, adres, liefst 2 telefoonnummers en een handtekening voor akkoord. Ook de gegevens van de dierenarts die de chip heeft gezet komen op het formulier.
Dierenkliniek de Wetering stuurt het formulier voor u op. Na registratie van dit nummer bij de Nederlandse Databank voor Gezelschapsdieren (NDG) komt het overeen met de gegevens van de eigenaar.

Dieren die worden binnengebracht bij ons worden gecontroleerd op een chip met de chipreader. De chipreader leest het identieke nummer van de chip. In het systeem van de databank (www.chipnummer.nl) kunnen we de naam en woonplaats van het dier en het telefoonnummer van de eigenaar opzoeken. Zo kan het dier snel met de baas herenigd worden.  Alle instanties (dierenartsen, -ambulances, asielen, -opvangcentra enz) hebben een chipreader en zij controleren alle dieren die worden binnen gebracht.

Gebitsverzorging

 

Gebitsverzorging

gebitVeel honden en katten hebben gebitsproblemen, zoals tandplaque, tandsteen, ontstoken tandvlees (gingivitis) en beschadigde kiezen of tanden. Helaas vallen u deze problemen vaak pas op als het dier (hard) voedsel weigert, meer speeksel produceert (kwijlen), pijn aangeeft of een vieze ademlucht verspreid. Gebitsproblemen starten vaak met de vorming van tandplaque. Dit is een zachte aanslag op de tanden die in de loop van een dag gemaakt wordt door een combinatie van voedselresten, speeksel en bacteriën in de bek. Indien dit tandplaque niet optijd verwijderd wordt, bijvoorbeeld door de tanden te poetsen, kan het verkalken en wordt het tandsteen. Dit is een harde vaak iets bruine laag op de tanden en kiezen, die niet meer te verwijderen is met poetsen alleen. Onder deze harde laag zitten nog steeds veel bacteriën en die zorgen ervoor dat het tandvlees gaat ontsteken. Uiteindelijk als er het gebit niet schoon wordt gemaakt zal de tandvlees ontsteking ervoor zorgen dat de tanden of kiezen los komen te zitten en uitvallen. Enkele manieren om het gebit van uw hond of kat stralend schoon te houden zijn met poetsen, speciale voeding en extra mondverzorgingsproducten.

Poetsen
De beste manier om het gebit schoon te houden, is door het te poetsen. Niet alle dieren vinden dit even leuk, en dus moet dit langzaam worden opgebouwd. Het dier belonen voor goed gedrag is hierbij heel belangrijk.

  • Massage: Door met de lip over de tanden heen te wrijven poetst u al een deel van het tandplaque van de tand af.
  • Gaasje: Met een verbandgaasje of een stukje keukenpapier kunt u over de tanden heen poetsen, uw huisdier is er al aan gewend dat u aan de bek zit, en waarschijnlijk lukt het wel om onder de lip door te komen, en over de buitenkant van de tanden heen te wrijven.
  • Tandenborstel: Als de bovenstaande twee punten goed lukken, kunt u met een tandenborstel (vingerborstel) de tanden uw huisdier poesten. Hiermee haalt u het meest effectief tandplaque van de randen af.
  • Het is het beste als de tanden van uw huisdier dagelijks gepoetst worden. Gebruik hiervoor geen mensentandpasta, daar wordt uw dier misselijk van. Gebruik dierentandpasta, daar zit ook nog een lekker smaakje aan, waardoor het leuk is! (maar alleen water met een vingertandenborstel is ook al voldoende).

Voeding

  • Indien uw huisdier geen speciaal dieet krijgt, kunt u speciale brokken gaan voeren voor de tanden. Deze heten T/d. Door de grootte en samenstelling van de brokken moet uw huisdier meer kauwen (meer vezels) waardoor tijdens het eten tandplaque van het tandoppervlak verwijderd wordt. Daarnaast zorgt de samenstelling van de brok ervoor dat tandsteen minder snel gevormd wordt, omdat de grondstoffen hiervoor minder in het voer aanwezig zijn.
  • Orozyme of Veggiedent kauwstrips kunnen ook gegeven worden. Let op: Veel kauwstrips uit de winkel bevatten veel calorieën, dus zijn minder geschikt voor iets te zware honden. Bovenstaande strips zijn wel geschikt voor zwaardere honden.

Mondverzorgingsproducten

  • Aquadent: Dit is een soort mondspoelwater, wat u aan het drinkwater toevoegt. Het doodt de bacteriën in de bek, waardoor er minder tandplaque ontstaat en tandvleesontsteking wordt tegengegaan. Vooral geschikt als ondersteuning naast voedsel en poetsen en voor rood en geïrriteerd tandvlees.
  • Orozyme Buccofresh: Dit is een poeder, wat u over de voeding kan geven. Het veranderd de speekselsamenstelling, waardoor er minder snel tandplaque en dus tandsteen ontstaat.

Tussen al deze opties, zit vast wel een mogelijkheid voor u om het gebit van uw hond schoon te houden en zo te voorkomen, dat het dier regelmatig naar de kliniek moet voor een gebitsbehandeling. Heeft u nog vragen, bel ons voor advies!

Vlooien

Vlooien zijn een veel voorkomend probleem, en kunnen ook voor andere problemen zorgen zoals wormen en allergie. Veel mensen zijn zich er niet van bewust dat hun huisdier last heeft van vlooien. Hier kunt u lezen waar u op moet letten en wat u eraan kunt doen.

Vlooien zijn parasieten. Dit houdt in dat ze leven van andere organismen, zonder dat de gastheer er profijt van heeft. De gastheren zijn uw honden katten en alle andere dieren met een vacht.
De meest voorkomende vlooien zijn de katten- en hondenvlo. Hiervan is de kattenvlo verreweg het grootst in populatie. De mensenvlo komt in Europa vrijwel niet voor. Helaas maakt de kattenvlo geen verschil tussen hond en kat en bij gebrek aan beter zal een vlo ook andere zoogdieren te grazen nemen.

Wie kan besmet zijn met vlooien?
Het zijn voornamelijk honden en katten die door vlooien belaagd worden, maar ook bv konijnen en ratten zijn de dupe. Alle dieren met een vacht kunnen vlooien hebben. Vlooien hebben uiteraard wel voorkeur. Vooral vossen, egels en eekhoorns hebben er heel veel. Bij gebrek aan beter (of veel honger) kunnen zelfs mensen door vlooien worden gebeten, wat voor veel jeuk kan zorgen.

Hoe raak je besmet met vlooien?
Dit is vrij eenvoudig. Een hond kan een andere hond tegen komen in het park of er loopt een kat buiten. Vlooien kunnen soms wel een meter ver springen! Ook kunt u zelf een larve van een vlo onder uw schoenen mee naar huis nemen, of een passerende hond langs uw voordeur. Belangrijk zijn ook (her)besmetting door vlooien op favoriete speel- en ligplekken, ook binnenshuis!

Hoe zie ik dat mijn huisdier vlooien heeft?
De vlooien zelf leven op het dier, de eitjes, larven en cocons leven in de omgeving van het dier. In uw huis dus. Vlooien leven op het dier om zich van bloed te voorzien en eitjes te leggen. Het zoeken van een geschikt bloedzuigplekje en het voeden zelf (15 sec.) hoeft niet meer dan 15 minuten te duren.
Een goede indicatie zijn de vlooienpoepjes. Dit zijn zwarte korreltjes die tussen de haren van uw huisdier liggen. Veel mensen denken dat dit de eitjes zijn. Als u zo’n korreltje op een nat vel wit papier legt, ziet u het vanzelf rood worden. Dit is onverteerd bloed. Met een vlooienkammetje is goed te zien of er veel vlooienpoep aanwezig is tussen de haren, maar pas op! U kunt zo zelfs vlooien vangen. Zet een bakje met zeepsop klaar, zodat u ze kunt verdrinken.

Cyclus en leefwijze van de vlo
Een vlo leeft op het dier om zich te voeden en eitjes te leggen. Hij voedt zich met bloed, dat uit een klein vaatje in de huid wordt gezogen. Om te voorkomen dat het bloed stolt, spuugt de vlo wat speeksel in de huid. Dit speeksel is de boosdoener, die voor de jeuk zorgt.
Zonder bloed kan een vlo maar een aantal dagen leven. Het mannetje en vrouwtje paren en al na 1 dag kan het vrouwtje eitjes leggen. Voor het leggen moet het vrouwtje nog een bloedmaaltijd nuttigen. Ze kan wel 50-100 eitjes per dag leggen!! De eitjes zijn wit, heel klein en heel glad, ze vallen vanzelf van uw dier op de grond.
Na enkele dagen komt uit het eitje een larve. Deze verstopt zich in spleten en kieren. Daar groeit hij door het eten van vlooienpoep en huidschilfers. Na 5 vervellingen spint de larve een cocon. In deze cocon, waar hij verpopt tot vlo, kan een pop wel een half jaar overleven. Door trillingen komt de vlo uit de cocon en zal direct op zoek gaan naar een gastheer voor een bloedmaaltijd.
Met gunstige omstandigheden kan deze cyclus in 10 dagen rond zijn! Het kan ook tot wel 18 maanden duren! Gunstige omstandigheden zijn vocht en warmte. Dus zeker in de zomer zien we veel vlooien. Maar in de winter staat de verwarming aan, dus is het voor de vlo ook lekker warm. En bovendien kan een vlo zich al voortplanten bij een temperatuur boven de 10 graden!

Wat voor schade richt een vlo aan?
Een vlo zorgt voor jeuk. Elke beet jeukt een aantal dagen. Als het dier maar genoeg krabt en bijt zorgt dit voor kale, geïrriteerde plekken, soms worden het wondjes en korsten. Bij katten kan het ook een probleem geven met haarballen, omdat ze zichzelf veel likken door de jeuk.
Sommige dieren hebben een vlooienallergie. Ze kunnen dan wel 6 weken jeuk hebben van enkele beten! Dit is een heel vervelend probleem, maar kan goed verholpen worden door een goed, doeltreffend antivlooienmiddel.
Een vlo is ook een verspreider van lintworm. Een lintworm (levend in de darmen van een dier) laat steeds stukjes van zijn lichaam los, dit zijn segmenten. Deze komen via de anus naar buiten en vallen op de grond en/of blijven in de haren naast de anus plakken. Ze kunnen dan nog bewegen, later verdrogen ze en zien ze eruit als een kleine rijstkorrel. De segmenten bevatten vele lintwormeitjes. Een vlooienlarve eet stukjes segment op die in huis of op straat liggen. De lintwormeitjes ontwikkelen zich tot larve en deze vestigt zich in het spierweefsel van de vlooienlarve. De vlooienlarve groeit en verpopt zich en wordt vlo, de lintwormlarve nog bij zich dragend. De vlo prikt een kat en deze kat heeft jeuk en likt en bijt op die plek. Daarmee likt de kat ook de vlo op. In het spijsverteringsstelsel komt de larve vrij en ontwikkelt zich tot volwassen lintworm. Het cirkeltje is rond: de nieuwe lintworm gaat weer segmenten met eitjes produceren. Vaak zijn lintwormen met tientallen tot zelfs wel honderdtallen in de darmen aanwezig. Ze worden 10 cm tot 70 cm lang.

Vlooien, wat nu?
Als u of de dierenarts vlooien heeft geconstateerd, is het verstandig om er wat tegen te doen. Niet alleen de jeuk bij uw huisdier, maar ook de besmettingskans op lintworm moet bestreden worden.

Wij geven hier graag telefonisch of op de praktijk verdere uitleg en adviezen bij.

Wormen

Er zijn een aantal verschillende wormen die hier allemaal apart beschreven zullen worden. Wormen worden in groepen ingedeeld, de belangrijkste zijn: lintwormen en rondwormen. Het verschil tussen lintwormen en rondwormen is dat ronde wormen een ronde vorm hebben, gescheiden geslachten en geen tussengastheer nodig hebben. De lintworm heeft wel een tussengastheer nodig en is 2-slachtig (hermafrodiet). De worm hoeft dus niet te paren, maar bevrucht zijn eitjes zelf.
We zullen hier de belangrijkste soorten lint- en rondwormen met u bespreken. Ook kunt u hier lezen wat u aan de wormen kunt doen en hoe u kan voorkomen dat uw huisdier weer opnieuw wordt besmet.

Hoe weet ik dat mijn huisdier wormen heeft?
Meestal bent u zich er niet van bewust dat uw huisdier wormen heeft. Let daarom extra goed op. Vaak ziet u in de ontlasting of in braaksel wormen of stukjes daarvan. Soms kleven er stukjes worm in de haren naast de anus van de hond of kat.
De dierenarts kan een ontlastingonderzoek doen. De arts gaat dan onder de microscoop zoeken naar wormeieren. Dit hoeft geen 100 % uitsluitsel te geven. Als de arts eieren vindt van een bepaald soort, is uw huisdier besmet. Maar als de arts niks vindt, wil dat niet zeggen dat uw dier niet besmet kan zijn. De wormen produceren soms dagen géén eieren.

Lintwormen (platte worm)
Iedereen kent de lintworm. Er zijn verschillende soorten lintworm, maar deze leven op vrijwel dezelfde manier. Ze bestaan uit een kop, met zuignappen, en segmenten. Ze leven in het darmkanaal van hond en kat, waar ze zich voeden met darminhoud. Ze produceren miljoenen eitjes in hun segmenten. Het kopje produceert telkens nieuwe segmenten, de worm wordt langer. De oudste segmenten (het verst bij het kopje vandaan) bevatten rijpe eitjes die los naar buiten komen via de anus. Soms komen ze in segmenten naar buiten, dit zijn de bekende ‘rijstkorrels’. Deze zitten in de ontlasting of hangen aan de haren van uw hond en/of kat.
Een vlo/konijn/rat/muis is de tussengastheer, ze eten eitjes en segmenten op. In de tussengastheer wordt een blaasje gevormd in het spierweefsel. In de wand van het blaasje worden duizenden kopjes gevormd. Als de tussengastheer opgegeten wordt komen de kopjes vrij en gaan in de darmen van de hond of kat segmenten vormen. Een lintworm komt nooit alleen!
Bij onze huisdieren zijn vlooien de boosdoener van het overdragen van lintwormen. Daarom moeten deze ook goed bestreden worden als uw dier een lintworminfectie heeft.

Spoelwormen (rondworm)
Dit zijn de wormen die vaak beschreven worden als lange witte elastiekjes. De larven van deze worm kunnen door het hele lichaam trekken. Bij de hond en kat komen 2 soorten voor die zich kunnen verspreiden via ontlasting en via de moedermelk. Bij de hond vindt de besmetting ook nog plaats via de baarmoeder. Daardoor wordt iedere hond geboren met spoelwormen. Kittens krijgen de wormen via de moedermelk. Het ontwormen van kittens en pups (tegelijk ook de moeder) is dan ook uiterst belangrijk.
Ontwormen voor of tijdens de dracht kan dit niet voorkomen. Dit komt omdat deze larven in rustfase zijn en zich verbergen in de spieren. Tijdens de dracht gaan de wormen via het bloed naar de baarmoeder en de melkklieren. In de rustfase zijn de spoelwormlarven niet vatbaar voor ontwormmiddelen. Ook tijdens de dracht zijn de wormen onbereikbaar voor ontwormingsmiddelen.
Doordat de wormen ook in de darmen zitten, kan een dier ook op latere leeftijd besmet raken met spoelwormen. In de darm produceren ze eitjes, deze komen via de ontlasting naar buiten, daar komen ze uit tot larven. Deze larven worden weer door honden/katten/muizen enz opgenomen en daar groeien de larven uit tot volwassen wormen. Dit opnemen geschiedt door het bv snuffelen aan gras, of larven die u meeneemt onder uw schoenen.

Zweepwormen (rondworm)
De zweepworm leeft in de darm van hond en kat en voedt zich met bloed in de darmwand. Meer honden hebben last van deze worm dan katten. De worm legt eitjes welke via de ontlasting naar buiten komen. De eitjes ontwikkelen zich tot larven. De larven worden weer opgenomen door het snuffelen aan bv gras en u kunt ze onder uw schoenen mee naar huis nemen.

Haakwormen (rondworm)
Haakwormen zijn dierspecifiek, een hond kan geen kattenhaakworm krijgen. De haakwormen leven in de darm waar ze zich voeden met darmwandcellen. De eieren worden via de ontlasting naar buiten gewerkt. Daar worden de eieren larven. De besmetting kan via 2 wegen lopen.
De gastheer kan de larven weer opnemen via de bek. Via snuffelen in gras en u kan ze onder uw schoenen mee naar huis nemen. Ook kunnen de larven zich via de huid invreten. Ze zoeken dan een bloedvat op en via heel wat omzwervingen komen ze dan weer in de darmen terecht, waar ze zich ontwikkelen tot volwassen worm. Ook kunnen de larven zich in de melkklieren nestelen. Ze komen dan via de moedermelk in de darmen van de kittens of pups terecht, waar ze ontwikkelen tot volwassen worm.

Hartwormen
Hartwormen komen voor in de zuidelijke delen van Europa. Ze worden overgedragen door muggen en uw huisdier kan er goed ziek van worden. Als u overweegt op vakantie te gaan naar zuidelijke oorden is het verstandig ons hierover advies te vragen.

Hartwormen

Wat is een hartworm?
De hartworm is een parasiet die, zoals de naam al doet vermoeden, in het hart leeft. Dit doet hij echter pas als hij volwassen is geworden, en dan wel met tientallen tegelijk. Zo zorgen hartwormen ervoor dat een hart niet meer goed kan functioneren, en uiteindelijk voor de dood van de gastheer. De gastheer is bijvoorbeeld een hond of kat.

Hoe raakt mijn huisdier besmet met hartwormen?
De volwassen hartworm, ofwel Dirofilaria immitis, leeft in het hart van hond en kat, de larven van de worm leven in het bloed. Larfjes van deze parasiet worden opgezogen door bepaalde bloedzuigende muggen. Als deze een nieuw dier prikken, brengen ze de larfjes weer naar binnen. Besmetting vindt dus alleen plaats in gebieden waar muggen voorkomen die deze ziekte over kunnen brengen. Directe besmetting van hond op hond of kat op kat komt niet voor. De larfjes, of microfilarien, worden volwassen en gaan in het hart nieuwe microfilarien produceren. Zodra de besmette hond of kat weer wordt geprikt, is de cyclus rond.

Waar komen de muggen met larven voor?
Beneden de lijn Parijs – Milaan komt deze infectie (lees: de mug die de hartworm verspreidt) inmiddels overal voor, met de hoogste besmettingscijfers in riviergebieden als de Po-vlakte in Italië en de Rhône-delta in Frankrijk. Maar eigenlijk is geen enkel gebied in de Zuid-Europese landen volledig vrij van hartworm.

Wat kan ik tegen volwassen hartwormen doen?
NIETS! De cyclus van larve tot volwassen worm duurt een paar maanden. Maar de volwassen wormen kunnen jaren in het hart hun nakomelingen blijven produceren. Wanneer met bepaalde middelen wordt geprobeerd die wormen te doden kunnen er gevaarlijke complicaties ontstaan. Wormen in het maagdarmkanaal kunnen veilig door medicamenten worden gedood: de dode wormen verteren en de restanten komen met de ontlasting naar buiten. Maar bij het doden van hartwormen kunnen restanten in de bloedbaan gaan circuleren en zorgen voor een levensbedreigend embolus: het vastlopen in kleinere bloedvaten waardoor de bloedvoorziening van bepaalde weefsels blokkeert en er infarcten kunnen ontstaan. Daarom geldt hier nog sterker dan anders het bekende gezegde: voorkómen is beter dan genezen.

Wat kan ik tegen de larven doen?
In die gebieden waar met hartwormlarfjes besmette muskieten vóórkomen is het dan ook essentieel om honden en katten preventief te behandelen. En omdat je nooit kunt voorkómen dat huisdieren worden gestoken door muskieten, gebruikt men daarvoor dus middelen die er voor zorgen dat alle hartwormlarfjes die het lichaam binnenkomen meteen worden gedood, voor ze kunnen uitgroeien tot volwassen worm. Deze preventie is niet alleen belangrijk voor honden en katten die in besmette gebieden leven, maar ook voor dieren die daar op vakantie met hun eigenaren naar toe gaan. En aangezien de besmetting vóórkomt in veel van de meest populaire vakantiegebieden, adviseert Dierenkliniek De Wetering preventie in de vorm van gemakkelijk toe te dienen medicatie.
Het middel, Stronghold® (werkzame stof selamectine), is een zogenaamd spot-on product dat op de huid wordt toegediend en bijzonder goed wordt verdragen. Bovendien is het niet alleen werkzaam tegen de larfjes van de hartworm: het is ook een zeer effectief middel tegen o.a. vlooien,spoelwormen en allerlei mijten. Dus wanneer Stronghold® in de vakantie wordt ingezet om hartwormbesmetting te voorkómen, worden hond en kat tegelijkertijd ontwormd en vlovrij gehouden.
Gelukkig wordt de diagnose hartworm zeer zelden in Nederland gesteld. Mogelijk dat een goede gezondheid en goede afweer van de Nederlandse hond hier een rol bij speelt. Echter, met Stronghold® is de bescherming zo eenvoudig te verkrijgen, en dit middel is goed te combineren met een tekenband, dat enig risico hierin nemen onnodig is.

Teken

Wat zijn teken?
Teken zijn kleine spinachtige parasieten die leven van het bloed van gewervelde dieren. Ze komen niet alleen bij honden en katten voor, maar ook bijvoorbeeld bij slangen en vogels

Hoe kom mijn huisdier aan teken?
Teken laten zich vanuit bosjes of het gras op uw hond of kat vallen en hechten zich vervolgens vast om bloed te kunnen zuigen

Welke teken komen in Nederland voor?
In Nederland hebben we bij onze honden en katten te maken met de volgende teken;

  • Ixodes ricinus teek
    Dit is de meest voorkomende teek in Nederland. Deze teek kan de ziekte van lyme overbrengen.
  • Riphicephalus sanguines teek
    Deze teek wordt ook wel hondenteek genoemd, omdat hij zeer gastheer specifiek is en dus eigenlijk alleen bij honden voorkomt. Deze teek komt oorspronkelijk uit Afrika, maar is met de hond in alle warme streken verspreid. Hij wordt meegenomen door bijvoorbeeld vakantiegangers vanuit het Middellandse zee gebied. Binnenshuis kan de teek overleven en ook zijn cyclus voltooien. De Rhipicephalus teek kan bij de hond de gevaarlijke Ehrlicia en Babesia parasieten overbrengen.
  • Dermacentor reticularis teek
    Deze teek kwam oorspronkelijk alleen in Zuid Europa voor, maar heeft zich inmiddels ook in Nederland gevestigd. Bij de hond brengt deze teek de Babesia parasiet over. Met andere woorden, ook honden in die niet naar het zuiden op vakantie gaan, maar in Nederland blijven, lopen het risico besmet te raken met de Babesia parasiet.

Wat doen teken?
Zoals genoemd laten teken zich vanuit het struikgewas op uw huisdier vallen en hechten zich vast. Tijdens een beet spuugt een teek wat speeksel in de wond om te voorkomen dat het bloed meteen stolt. De wondjes ontstaan door het bijten van een teek kunnen weer een toegang creëren voor bacteriën en zo leiden tot ontstekingen. Ook teken die niet volledig verwijderd zijn kunnen een ontsteking veroorzaken (zie verderop). Tijdens het bijten kan de teek ook ziekten overbrengen, waaronder de ziekte van lyme, babesiose en ehrlichiose. Bij het zuigen nemen de teken een kleine hoeveelheid bloed op. Als er voortdurend grote aantallen teken op uw huisdier zitten, kan dit tot bloedarmoede leiden.

Hoe kan ik een teek het beste verwijderen?
Een teek die niet volledig verwijderd is, kan leiden tot ontsteking. U dient de teek met een tekentang zo dicht mogelijk bij de huid vast te pakken (niet fijn knijpen). Vervolgens draait u twee maal helemaal rond (de richting maakt niet uit) en daarna voorzichtig trekken. Als de teek volledig verwijderd is, ziet u hem met zijn pootjes zwaaien.

Hoe kan ik teken voorkomen?
Teken zijn in Nederland vooral actief vanaf maart tot oktober/november. Ze komen met name voor in struikachtige gebieden zoal bossen, duinen en parken. Controleer uw hond in ieder geval dagelijks op teken. Het duurt even (tenminste 20 uur) alvorens ziekteverwekkers overgedragen worden, dus hoe eerder u de teek verwijdert, hoe beter. Het is in bovengenoemde periode dan ook raadzaam uw hond preventief tegen teken te behandelen. Dierenkliniek de Wetering raadt hierbij de Scalibor protectorband aan. Een tot twee weken na het omdoen van de band wordt de maximale effectiviteit bereikt en deze houdt 5 tot 6 maanden aan. Alleen de eerste dagen na het omdoen mag uw hond niet zwemmen, daarna is zwemmen geen probleem meer.
Eventueel kunt u ook gebruik maken van een spot on om uw hond te beschermen tegen teken, zoals bijvoorbeeld Pulvex. Dit is een kleine tube met vloeistof die u op de huid tussen de schouders kunt aanbrengen. De werkzaamheid bedraagt 2 tot 4 weken.
Ook bij katten kunnen teken voorkomen, hoewel we dit in Amsterdam niet vaak zien. Mocht u kat ook last van teken hebben, kunt u bovengenoemde producten NIET voor uw kat gebruiken, deze  zijn namelijk giftig voor uw kat! Voor teken bij katten raden wij aan gebruik te maken van Frontline, bij voorkeur de spray. Zorg dat met name de kop en het borstgebied goed behandeld zijn. Voor het de kop is het raadzaam niet direct in het gezicht van uw kat te sprayen, maar de vloeistof bijvoorbeeld op een watje te sprayen en dit op deze manier op uw kat aan te brengen. Let op: Frontline mag niet in de ogen komen!

Zijn teken gevaarlijk voor de mens?
Ook mensen kunnen gebeten worden door een teek, met name door de gewone teek (Ixodes teek).

Babesia in Nederland
In Arnhem en Den Haag zijn in 2004 gevallen van Babesiose, ofwel piroplasmose vastgesteld. De betreffende honden waren niet in het buitenland geweest. Tot nu toe wordt aangenomen dat de overbrenger van de ziekte (de dermacentor-teek) alleen ten zuiden van Nederland voorkomt. Of deze teek nu ook in Nederland voorkomt, of dat het om toevallig (met een andere hond) meegereiste teken uit het buitenland gaat, is nog onduidelijk. Dezelfde soort teek is na 2005 ook gevonden, en het is dus goed mogelijk dat deze tekensoort nu inheems geworden is.
De babesia-parasiet komt via het speeksel van de dermacentor-teek in het bloed van uw hond. De teek moet minimaal 20 uur vastgehecht zijn om de babesia-parasiet over te kunnen brengen. De parasiet vermenigvuldigt zich in de rode bloedcellen van de hond, en maakt deze kapot. Algeheel ziek zijn en rode urine zijn belangrijke ziekteverschijnselen. Deze treden ongeveer 1-2 weken na de besmetting op. Indien uw hond deze verschijnselen vertoont, neem dan direct contact op met uw dierenarts. Hoe eerder de diagnose gesteld wordt, des te beter is de kans op goede behandelings-mogelijkheid

Huisdier vermist of gevonden

Vermist
Als uw huisdier is vermist, kunt u dit zelf doorgeven aan de Databank. Zij weten dan dat u op zoek bent naar het dier. Het is verstandig om zo veel mogelijk instanties te laten weten dat uw dier vermist is. Bv: Amivedi, dierenartsen, alle asielen, de dierenambulance, opvangcentra. Neem het telefoonboek erbij en u kunt overal naar toe bellen. Het kan ook wel eens helpen om briefjes (met foto!) op te hangen met de beschrijving van uw vermiste dier.
De Amivedi registreert alle vermiste en gevonden dieren. (Hier kunt u ook uw vermiste, gechipte dier opgeven). U kunt alle details over uw dier doorgeven, zij gaan dan voor u kijken of uw dier in hun bestand als gevonden is opgegeven.
Indien uw dier gechipt is kunt u ook de NDG (Nederlandse Databank Gezelschapsdieren) bellen, daar worden alle gechipte dieren geregistreerd, gevonden of vermist.

Gevonden
Als u een dier heeft gevonden, kunt u bij allerlei instanties terecht. De dierenarts, alle asielen, de dierenambulance, enz. Zij hebben allemaal een chipreader (chip nummer lezer). Indien het dier een chip heeft belt de betreffende instantie naar de Nederlandse Databank voor Gezelschapsdieren en hoort wie de eigenaar is. De databank belt dan naar de eigenaar om te zeggen waar zijn dier is.

Nuttige websites:

NDG

Chipnummer

Nuttige telefoonnummers:

Voor gechipte dieren Voor (niet) gechipte dieren
NDG: 0900-4040456 Dierenkwijtlijn Amsterdam 020 – 4705000
Amivedi Amsterdam kat 020 – 6121295
Amivedi Amsterdam hond 020 – 4413044
Dierenambulance Amsterdam 020 – 6262121
Dierenasiel Amsterdam-Noord/ Oostzaan katten 020 – 6335400
Dierenasiel Dierentehuis Groot Amsterdam 020 – 4106000
Dierenopvangcentrum Amsterdam 0900 – 2007207 (20ct/min)
Dierenbescherming Afd. Amsterdam 020 – 4705000